Welkom 
 

Antisociale persoonlijkheidsstoornis

Wanneer grenzen en rechten van anderen structureel worden overschreden

Binnen Cluster B vallen persoonlijkheidsstoornissen waarbij onder andere impulsiviteit, sterke emotionele reacties en terugkerende problemen binnen relaties een belangrijke rol kunnen spelen.

Tot Cluster B behoren:

  • antisociale persoonlijkheidsstoornis;
  • borderline-persoonlijkheidsstoornis;
  • histrionische persoonlijkheidsstoornis;
  • narcistische persoonlijkheidsstoornis.


Kenmerken als behoefte aan aandacht of bevestiging kunnen binnen Cluster B voorkomen, maar zijn niet bij iedere stoornis even kenmerkend.

Bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis staat vooral een langdurig patroon centraal waarbij iemand weinig rekening houdt met de rechten, grenzen en belangen van anderen.
Het gaat daarbij niet om één leugen, één conflict of één overtreding.
Het gaat om een breed en langdurig patroon.

Wat staat centraal?
Het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen beschrijft:  de antisociale persoonlijkheidsstoornis als een diepgaand patroon waarbij de rechten van anderen worden geschonden en onvoldoende worden gerespecteerd.

Mogelijke kenmerken zijn:

  • herhaaldelijk regels of wetten overtreden;
  • liegen of bedriegen;
  • anderen gebruiken voor eigen voordeel;
  • impulsief handelen;
  • weinig vooruit plannen;
  • snel geïrriteerd of agressief reageren;
  • roekeloos omgaan met de veiligheid van zichzelf of anderen;
  • verantwoordelijkheden herhaaldelijk niet nakomen;
  • weinig of geen berouw ervaren nadat anderen zijn benadeeld.


Niet alle kenmerken hoeven bij iedere persoon op dezelfde manier zichtbaar te zijn.

Professionals kijken naar het gehele patroon, de duur ervan en de gevolgen voor het functioneren.

Eigen behoefte kan sterk op de voorgrond staan
Bij antisociale persoonlijkheidsproblematiek kan iemand sterk handelen vanuit de eigen behoefte aan voordeel, spanning, onmiddellijke bevrediging of controle over een situatie.

Het Kenniscentrum beschrijft: dat mensen met deze problematiek vaak weinig rekening houden met waarden, normen en grenzen van anderen en sterk hun eigen behoeften kunnen volgen.

Daardoor kunnen anderen de persoon bijvoorbeeld ervaren als:
onbetrouwbaar;
manipulatief;
grensoverschrijdend;
impulsief;
of weinig betrokken bij de gevolgen voor anderen.

Dat betekent niet dat ieder egoïstisch of manipulatief gedrag wijst op een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Het gaat om de samenhang en hardnekkigheid van meerdere patronen.

Liegen en misleiding
Herhaaldelijk liegen of bedriegen behoort tot de kenmerken die binnen de professionele diagnostiek worden beschreven.

persoonlijk voordeel;
geld;
status;
het vermijden van verantwoordelijkheid;
of het verkrijgen van iets wat iemand wil.

Maar opnieuw geldt:
liegen is gedrag, geen diagnose.
Mensen kunnen om veel verschillende redenen liegen.
Een antisociale persoonlijkheidsstoornis wordt pas overwogen wanneer dergelijke gedragingen onderdeel zijn van een veel breder en langdurig patroon.

Impulsiviteit
Impulsiviteit speelt vaak een belangrijke rol.
Dat betekent dat iemand kan handelen voordat voldoende is nagedacht over de consequenties.

Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar worden in:
plotselinge beslissingen;
risicovol gedrag;
conflicten;
middelengebruik;
problemen met werk;
financiële problemen;
of snel handelen vanuit boosheid of behoeftebevrediging.

PsyQ beschrijft: mensen met antisociale persoonlijkheidsproblematiek eveneens als vaak impulsief en prikkelbaar.

Impulsiviteit komt echter ook bij andere psychische aandoeningen voor.
Het is daarom geen kenmerk waarmee zelfstandig een antisociale persoonlijkheidsstoornis kan worden vastgesteld.

Agressie en een kort lontje
Ook prikkelbaarheid en agressiviteit kunnen onderdeel zijn van het patroon.

Dat kan variëren van:
snel boos worden;
dreigend reageren;
heftige conflicten;
tot daadwerkelijk geweld.

Professionele criteria beschrijven: onder andere herhaaldelijk betrokken raken bij vechtpartijen of geweldpleging.

Niet iedereen met deze persoonlijkheidsstoornis is echter voortdurend agressief.
En andersom betekent agressief gedrag niet automatisch dat iemand deze persoonlijkheidsstoornis heeft.

Roekeloos omgaan met veiligheid
Een ander kenmerk kan zijn dat iemand weinig rekening houdt met risico's voor zichzelf of anderen.

Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar worden in:
gevaarlijk rijden;
onverantwoord middelengebruik;
onnodige risico's nemen;
of gedrag waarbij de veiligheid van anderen onvoldoende wordt meegewogen.

Hierbij gaat het opnieuw om een herhaald patroon en niet om één ondoordachte beslissing.

Verantwoordelijkheden niet nakomen
Binnen antisociale persoonlijkheidsproblematiek kunnen ook structurele problemen bestaan met verantwoordelijkheden.

Voorbeelden zijn:
afspraken voortdurend niet nakomen;
financiële verplichtingen negeren;
werk niet volhouden;
verantwoordelijkheid afschuiven;
of herhaaldelijk anderen laten opdraaien voor gevolgen van eigen gedrag.

Het Kenniscentrum noemt: het voortdurend niet nakomen van werk- of financiële verplichtingen expliciet als mogelijk diagnostisch kenmerk.

Weinig berouw
Een belangrijk kenmerk kan zijn dat iemand na het benadelen van anderen weinig spijt, schuld of gewetenswroeging ervaart.

Soms wordt het eigen gedrag gerechtvaardigd:
“Die ander had het verdiend.”
“Iedereen doet dit.”
“Het was zijn eigen schuld.”
Of de spijt richt zich vooral op de consequenties voor zichzelf, bijvoorbeeld straf of verlies, en minder op de schade die de ander heeft ervaren.
Maar ook dit kenmerk moet in samenhang met de rest worden beoordeeld.

Hoe kan dit eruitzien binnen relaties?
Binnen relaties kan het patroon voor partners of familieleden belastend zijn.

Zij kunnen bijvoorbeeld ervaren dat:
afspraken regelmatig worden verbroken;
de waarheid moeilijk te controleren is;
eigen belangen steeds voorrang krijgen;
verantwoordelijkheid wordt vermeden;
grenzen worden overschreden;
conflicten snel escaleren;
of weinig rekening wordt gehouden met de gevolgen voor anderen.

Hierdoor kunnen vertrouwen en wederkerigheid ernstig onder druk komen te staan.
Dat betekent niet dat iedere problematische relatie wijst op antisociale persoonlijkheidsproblematiek.
Relatieproblemen komen bij veel verschillende omstandigheden en psychische problemen voor.

Manipulatie en eigen voordeel
Manipulatie kan binnen antisociale persoonlijkheidsproblematiek voorkomen.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat iemand anderen beïnvloedt, misleidt of gebruikt om een eigen doel te bereiken.
Maar manipulatie komt niet uitsluitend voor bij deze stoornis.

Het kan ook voorkomen:
zonder psychiatrische aandoening;
binnen andere persoonlijkheidspatronen;
uit angst;
uit onzekerheid;
of als aangeleerde manier van omgaan met conflicten.

Daarom is het professioneel onjuist om vanuit manipulatief gedrag rechtstreeks te concluderen:
“Deze persoon heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis.”

Bijzondere voorwaarden voor deze diagnose
Voor de antisociale persoonlijkheidsstoornis gelden aanvullende diagnostische voorwaarden die deze stoornis onderscheiden van de meeste andere persoonlijkheidsstoornissen.

Volgens het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen:

  • moet iemand minimaal 18 jaar zijn;
  • moeten de antisociale kenmerken al vanaf ongeveer het vijftiende levensjaar aanwezig zijn;
  • en moeten er aanwijzingen bestaan voor een norm overschrijdende gedragsstoornis vóór het vijftiende levensjaar.

Ook moet het antisociale gedrag niet uitsluitend verklaard worden door bijvoorbeeld schizofrenie of een bipolaire stoornis.
Dat betekent dat iemand die pas op volwassen leeftijd problematisch gedrag begint te vertonen niet automatisch aan de diagnostische criteria voldoet.


Waarom de voorgeschiedenis belangrijk is
Bij deze persoonlijkheidsstoornis kijken professionals niet alleen naar gedrag op volwassen leeftijd.
Er wordt ook onderzocht of vergelijkbare problemen al eerder in de ontwikkeling zichtbaar waren, bijvoorbeeld in de tienerjaren. 

Dat helpt om onderscheid te maken tussen een langdurig persoonlijkheidspatroon en gedrag dat pas later is ontstaan door andere omstandigheden.

Een persoonlijkheidsstoornis is niet hetzelfde als criminaliteit
Niet iedere persoon die een strafbaar feit pleegt heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
En iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis hoeft niet voortdurend strafbare feiten te plegen.


Criminaliteit gaat over bepaald gedrag.
Een persoonlijkheidsstoornis gaat over een veel breder en langduriger patroon in hoe iemand omgaat met regels, verantwoordelijkheid, impulsiviteit, relaties en de rechten van anderen.
Daarom kijken professionals altijd naar het totale functioneren en de levensloop, niet alleen naar overtredingen of strafbaar gedrag.

Criminaliteit is gedrag.
Een persoonlijkheidsstoornis gaat over een langdurig patroon in gedrag, emoties, relaties en de manier waarop iemand met situaties omgaat.

Professionals kijken daarom niet alleen naar overtredingen, maar naar de gehele levensloop en naar patronen in:
relaties;
verantwoordelijkheid;
impulscontrole;
empathie;
gedrag;
en functioneren.

Antisociale persoonlijkheidsstoornis is niet hetzelfde als psychopathie
De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt.
Dat is niet correct.

Psychopathie is geen afzonderlijke officiële DSM-5-persoonlijkheidsstoornis.

Het Kenniscentrum beschrijft: psychopathie als een concept dat vooral binnen de forensische setting wordt gebruikt.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar antisociaal en impulsief gedrag, maar ook naar bepaalde affectieve en interpersoonlijke kenmerken.
Iemand met antisociale persoonlijkheidsproblematiek hoeft dus niet automatisch aan kenmerken van psychopathie te voldoen.

Wat kan dit betekenen voor betrokkenen?
Voor partners, familieleden, vrienden of collega's kan langdurige blootstelling aan grensoverschrijdend, agressief, misleidend of onverantwoordelijk gedrag grote gevolgen hebben.

Mensen kunnen bijvoorbeeld:
vertrouwen verliezen;
steeds alerter worden;
zich financieel of praktisch moeten beschermen;
grenzen steeds scherper moeten bewaken;
of zich voortdurend afvragen of afspraken worden nagekomen.

Thuisarts beschrijft:  in algemene zin dat persoonlijkheidsstoornissen problemen kunnen veroorzaken in relaties, thuis, op school en op het werk, en dat ook naasten daarvan gevolgen kunnen ervaren.

Ook hier geldt:
dat iemand schade ervaart door bepaald gedrag, bewijst niet welke diagnose de ander heeft.
De gevolgen voor de betrokkene en de psychiatrische diagnose van degene die het gedrag vertoont zijn twee afzonderlijke zaken.

Kan antisociale persoonlijkheidsproblematiek behandeld worden?
Behandeling is mogelijk, maar het onderzoek naar specifieke behandeling van de antisociale persoonlijkheidsstoornis is beperkter dan bijvoorbeeld bij borderline-persoonlijkheidsproblematiek.

Het Kenniscentrum noemt onder andere:
Dialectische Gedragstherapie;
Schematherapie;
en Mentalization-Based Treatment ( MBT, mentaliserende behandeling)  als behandelvormen die in de praktijk worden toegepast.

Behandeling kan zich bijvoorbeeld richten op:
agressie regulatie;
impuls controle;
middelen problematiek;
depressieve klachten;
en beter functioneren in relaties en dagelijks leven.

Het Kenniscentrum:  benadrukt tegelijkertijd dat er nog relatief weinig goed onderzoek is naar de vraag hoe sterk specifieke behandelingen de antisociale persoonlijkheidskenmerken zelf kunnen veranderen.

De kern
Een antisociale persoonlijkheidsstoornis betekent niet simpelweg dat iemand:
liegt;
manipuleert;
boos wordt;
regels overtreedt;
of egoïstisch handelt.
Het gaat om een langdurig en diepgaand patroon waarin de rechten, grenzen en belangen van anderen structureel onvoldoende worden gerespecteerd en waarbij meerdere kenmerken samen voorkomen.

Daarbij zijn vooral belangrijk:
herhaling, ontwikkeling vanaf jonge leeftijd, impulsiviteit, verantwoordelijkheid, omgang met grenzen en de gevolgen voor anderen.

Daarom blijft ook binnen Cluster B hetzelfde uitgangspunt gelden:
gedrag kan worden herkend en benoemd, maar herkenning is geen diagnose.
Een diagnose wordt uitsluitend vastgesteld door bevoegde professionals na zorgvuldig onderzoek naar het volledige patroon en de levensloop.

Nederlandse informatie en professionele onderbouwing
Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Antisociale persoonlijkheidsstoornis en DSM-5-criteria
Uitgebreide professionele informatie over kenmerken, leeftijdsvoorwaarden en het vereiste ontwikkelingspatroon.
https://kenniscentrumps.nl/diagnostiek-en-classificatie/traditionele-model-dsm-5-sectie-ii/

Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Welke typen persoonlijkheidsstoornissen bestaan er?
Toegankelijke uitleg over antisociale persoonlijkheidsproblematiek, mogelijke gevolgen en behandeling.
https://kenniscentrumps.nl/welke-types-van-persoonlijkheidsstoornissen-bestaan-er/

Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Diagnostische instrumenten
Professionele informatie over diagnostiek en het onderscheid tussen antisociale persoonlijkheidsproblematiek en het concept psychopathie.
https://kenniscentrumps.nl/diagnostiek-en-classificatie/diagnostische-instrumenten/

PsyQ – Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Informatie over impulsiviteit, prikkelbaarheid, agressiviteit en problemen met maatschappelijke regels en grenzen.
https://www.psyq.nl/persoonlijkheidsstoornis/antisociale-persoonlijkheidsstoornis

Thuisarts – Ik heb een persoonlijkheidsstoornis
Door artsen gecontroleerde informatie over persoonlijkheidsstoornissen, gevolgen voor dagelijks functioneren en behandeling.
https://www.thuisarts.nl/persoonlijkheids-stoornis/ik-heb-persoonlijkheids-stoornis

Thuisarts – Mijn naaste heeft een persoonlijkheidsstoornis
Informatie over de mogelijke gevolgen van persoonlijkheidsproblematiek voor partners, familieleden en andere naasten.
https://www.thuisarts.nl/persoonlijkheids-stoornis/mijn-naaste-heeft-persoonlijkheids-stoornis.