Kinderen in de dynamiek na een relatiebreuk
Na een relatiebreuk eindigt de partnerrelatie, maar het ouderschap blijft bestaan.
Wanneer er kinderen zijn, moeten ouders vaak nog jarenlang met elkaar communiceren over school, gezondheid, opvoeding, vakanties, financiën en de zorgregeling.
Juist daardoor kunnen kinderen — bewust of onbewust — onderdeel worden van het conflict tussen hun ouders.
Een kind kan boodschapper worden, informatie moeten doorgeven, worden bevraagd over het andere huishouden of het gevoel krijgen partij te moeten kiezen.
In ernstigere situaties kan een kind zelfs worden gebruikt om druk op de andere ouder uit te oefenen of controle na de relatiebreuk voort te zetten.
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi): waarschuwt dat kinderen bij ernstige en langdurige conflicten tussen ouders in een loyaliteitsconflict terecht kunnen komen.
Veilig Thuis: beschrijft bovendien dat bij dwingende controle het patroon na een scheiding niet altijd verdwijnt, maar zich kan verplaatsen naar onder andere de omgang, procedures en de kinderen.
Wanneer een kind boodschapper wordt
Een van de meest herkenbare situaties ontstaat wanneer communicatie tussen ouders via het kind gaat.
Bijvoorbeeld:
“Zeg maar tegen je vader dat…”
“Vraag aan mama wanneer…”
“Vertel je moeder dat ik het daar niet mee eens ben.”
Het lijkt soms praktisch, maar het kind krijgt daarmee een verantwoordelijkheid die bij de ouders hoort.
Het probleem is niet alleen dat het kind informatie moet overbrengen.
Het kan vervolgens ook geconfronteerd worden met de reactie van de andere ouder.
Het kind komt dan letterlijk tussen twee volwassenen in te staan.
Ouders horen belangrijke informatie over hun kind daarom in beginsel rechtstreeks met elkaar uit te wisselen.
Ook in een ouderschapsplan worden afspraken gemaakt over de manier waarop ouders elkaar informeren over belangrijke onderwerpen rond hun kinderen.
Wanneer een kind informatiedrager wordt
Subtieler wordt het wanneer een kind wordt gebruikt om informatie over het andere huishouden te verkrijgen.
Normale belangstelling is uiteraard gezond:
“Heb je het leuk gehad bij papa?”
of:
“Wat hebben jullie bij mama gedaan?”
is iets heel anders dan een kind systematisch uithoren.
Dat verschil kan bijvoorbeeld zichtbaar worden wanneer vragen vooral gericht zijn op informatie over de andere ouder:
“Wie was er allemaal?”
“Was die persoon er weer?”
“Waar sliep papa?”
“Wat zei mama over mij?”
“Hebben ze ruzie gehad?”
“Wie kwam er op bezoek?”
Een kind kan daardoor het gevoel krijgen dat het na ieder verblijf verslag moet uitbrengen over het andere huishouden.
Daarmee verandert gewone belangstelling in een mogelijke informatiepositie binnen het conflict.
Wanneer informatie van een kind tegen de andere ouder wordt gebruikt
Kinderen vertellen gebeurtenissen bovendien vanuit hun eigen leeftijd, beleving en begrip.
Een losse uitspraak als:
“Papa was boos”
of:
“Mama was verdrietig”
vertelt nog niet wat er precies is gebeurd.
Wanneer dergelijke uitspraken onmiddellijk worden gebruikt als bewijs binnen een conflict tussen volwassenen, krijgt het kind onbedoeld een zware positie.
Het NJi : adviseert professionals daarom open te luisteren, niet zelf het verhaal van een kind in te vullen en rekening te houden met het feit dat eigen interpretaties invloed hebben op hoe uitspraken worden begrepen.
Dat is belangrijk.
Luisteren naar een kind is iets anders dan een kind gebruiken als informatiebron in een conflict tussen volwassenen.
Negatief spreken over de andere ouder
Een kind kan ook onder druk komen wanneer één ouder de andere ouder tegenover het kind voortdurend negatief beschrijft.
Bijvoorbeeld door de andere ouder verantwoordelijk te maken voor de scheiding, diens karakter af te keuren of volwassen conflicten met het kind te bespreken.
Het kind bevindt zich dan in een moeilijke positie.
Een kind kan immers van beide ouders houden.
Wanneer liefde voor de ene ouder lijkt te betekenen dat het daarmee de andere ouder tekortdoet, kan een loyaliteitsconflict ontstaan.
Het NJi: adviseert ouders daarom onder meer niet negatief over de andere ouder te spreken en kinderen duidelijk te maken dat zij niet tussen hun ouders hoeven te kiezen.
Wanneer een kind drukmiddel wordt
In ernstigere conflict situaties kan het verder gaan.
Afspraken over contact, halen en brengen, vakanties, informatie of beslissingen over het kind kunnen onderdeel worden van de strijd tussen ouders.
Het kind is dan niet langer alleen getuige van het conflict, maar wordt een terrein waar óp het conflict wordt uitgevochten.
Het NJi: formuleert dit zeer duidelijk: kinderen mogen niet worden gebruikt om als ouder meer macht te krijgen.
Het instituut: beschrijft ook dat kinderen bij ernstige conflicten het gevoel kunnen krijgen dat zij voor één ouder moeten kiezen.
Veilig Thuis: plaatst dit in sommige situaties binnen een nog ernstiger kader.
Wanneer vóór de scheiding al sprake was van dwingende controle,
kan die controle na de relatiebreuk doorgaan en zich verplaatsen naar omgang, juridische procedures en de kinderen.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat ieder meningsverschil over een zorgregeling controle is.
Ouders kunnen oprecht verschillende ideeën hebben over wat goed is voor hun kind.
Het wordt zorgelijk wanneer het kind structureel een middel wordt om invloed op de andere ouder uit te oefenen.
Wanneer een kind zelf afstand neemt
Hier is grote voorzichtigheid noodzakelijk.
Wanneer een kind minder contact met een ouder wil, mag niet automatisch worden geconcludeerd dat de andere ouder het kind heeft beïnvloed.
Daar kunnen zeer verschillende oorzaken voor bestaan.
Een kind kan reageren op spanningen tussen ouders, zich gedwongen voelen partij te kiezen, zelf negatieve ervaringen met een ouder hebben of te maken hebben gehad met verwaarlozing, mishandeling of misbruik. Ook leeftijd, ontwikkeling en gebeurtenissen binnen het gezin kunnen een rol spelen.
Het NJi: benoemt expliciet dat zowel ouders als de omgeving bewust of onbewust een rol kunnen spelen wanneer een kind contact weigert, maar dat een kind ook afstand kan nemen vanwege mishandeling, misbruik of verwaarlozing.
Bij contactweigering is daarom zorgvuldig en gespecialiseerd onderzoek nodig.
Waarom voorzichtigheid met ‘ouderverstoting’ belangrijk is
Juist daarom is het onverstandig om bij ieder kind dat afstand neemt onmiddellijk het etiket ouderverstoting te gebruiken.
Zo'n term kan al een verklaring suggereren voordat duidelijk is waarom het kind bepaald gedrag laat zien.
Professioneel sterker is om eerst concreet gedrag en omstandigheden te beschrijven:
Het kind wordt herhaaldelijk bevraagd over de andere ouder.
Het kind moet boodschappen overbrengen.
Er wordt tegenover het kind negatief over de andere ouder gesproken.
Het kind voelt dat het een kant moet kiezen.
Contactmomenten worden onderdeel van conflicten tussen volwassenen.
Of het kind geeft zelf aan bepaalde ervaringen bij een ouder als onveilig of onaangenaam te ervaren.
Pas daarna kan worden onderzocht welke factoren een rol spelen.
Het kind heeft een eigen perspectief
Er bestaat nog een belangrijk risico: dat volwassenen zo druk bezig raken met de vraag wie het kind beïnvloedt, dat opnieuw onvoldoende wordt geluisterd naar het kind zelf.
Een kind is geen bezit van vader of moeder en ook geen neutrale getuige die het conflict tussen volwassenen moet oplossen.
Het heeft een eigen beleving, emoties, behoeften en relatie met beide ouders.
Het NJi: benadrukt daarom dat kinderen ruimte moeten krijgen om hun gevoelens te uiten, dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de problemen tussen hun ouders en dat zij geen keuze tussen hun ouders hoeven te maken.
Wat beschermt kinderen?
Onderzoek dat door het NJi wordt samengevat laat zien dat kinderen zich na een scheiding gemiddeld beter ontwikkelen wanneer zij weinig worden blootgesteld aan conflicten tussen hun ouders, een goede band met beide ouders kunnen behouden en opgroeien in een veilige en ondersteunende omgeving.
Dat vraagt iets wezenlijks van ouders:
houd het conflict tussen volwassenen en laat het kind kind blijven.
Communiceer als volwassenen rechtstreeks waar dat veilig en mogelijk is.
Gebruik het kind niet als boodschapper.
Vraag belangstellingvol naar zijn leven, maar maak er geen informant van.
Belast het niet met volwassen informatie.
Spreek niet via het kind over de andere ouder.
En geef het kind ruimte om van beide ouders te houden, tenzij veiligheid of bescherming vraagt om andere maatregelen.
Gewetensvraag
Wanneer een kind informatie moet doorgeven, vragen over de andere ouder moet beantwoorden
of rekening gaat houden met wat het bij iedere ouder wel en niet mag zeggen:
krijgt het kind dan werkelijk ruimte om kind te zijn, of draagt het inmiddels een deel van het conflict van de volwassenen?
Nederlandse professionele informatie
Nederlands Jeugdinstituut – Wat als een scheiding complex wordt?
Het NJi schrijft over langdurige ouderconflicten, loyaliteitsproblemen, contact tussen kind en ouder en het risico dat kinderen worden gebruikt om meer macht te krijgen.
NJi – Wat als een scheiding complex wordt?
Nederlands Jeugdinstituut – Hoe gedraag je je bij een scheiding naar je kinderen toe?
Over kinderen buiten ouderlijke conflicten houden, niet negatief spreken over de andere ouder en kinderen duidelijk maken dat zij niet hoeven te kiezen.
NJi – Hoe gedraag je je bij een scheiding naar je kinderen toe?
Nederlands Jeugdinstituut – Hoe ga je in gesprek met kinderen van ouders die scheiden?
Over loyaliteitsconflicten, neutraal luisteren en het gevaar dat volwassenen uitspraken van kinderen vanuit hun eigen interpretatie invullen.
NJi – In gesprek met kinderen van ouders die scheiden
Veilig Thuis – Als uit elkaar gaan een strijd wordt
Veilig Thuis beschrijft complexe scheidingen en hoe bestaande dwingende controle zich na een breuk kan verplaatsen naar omgang, procedures en de kinderen.
Veilig Thuis – Complexe scheiding
Rechtspraak – Echtscheiding met kinderen
Rechtspraak legt uit dat ouders in het ouderschapsplan onder andere afspraken maken over de zorg voor de kinderen en over de wijze waarop zij elkaar over belangrijke onderwerpen informeren.
Rechtspraak – Echtscheiding met kinderen