Welkom 
 

Was dit het waard?

Een scheiding wordt vaak verdedigd vanuit een begrijpelijke gedachte:
“Ik wil weer gelukkig worden.”

Daarna ontstaat soms een nieuwe relatie en uiteindelijk een samengesteld gezin.
De verliefdheid geeft nieuwe energie, de toekomst ziet er lichter uit en volwassenen kunnen het gevoel krijgen dat zij eindelijk op de juiste plek zijn terechtgekomen.

Maar daar staat een ongemakkelijk gegeven tegenover.


Het Kenniscentrum Kind en Scheiding vermeldt: dat ongeveer 60% van de samengestelde gezinnen opnieuw uit elkaar gaat.
Het Kenniscentrum benadrukt:  daarbij zelf dat zo'n tweede breuk voor kinderen opnieuw spanning en verlies betekent.

Dat percentage betekent niet: dat iedere nieuwe relatie zal mislukken.
Het betekent ook niet: dat ouders daarom in een slecht of onveilig huwelijk hadden moeten blijven.

Maar het dwingt wel tot een veel moeilijkere vraag:
hoe zorgvuldig moet je zijn voordat je een bestaand gezin opgeeft en van kinderen vraagt zich volledig aan een nieuw gezin te hechten?

Want kinderen beginnen niet opnieuw
Voor volwassenen kan een nieuwe relatie voelen als een nieuwe start.
Voor kinderen werkt dat anders.
Zij nemen hun vorige gezin mee.
Hun vader blijft hun vader.
Hun moeder blijft hun moeder.
Hun herinneringen aan samen thuis zijn verdwijnen niet.
En wanneer een ouder een nieuwe partner krijgt, moeten zij opnieuw hun plaats bepalen.

Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft  dat kinderen van gescheiden ouders regelmatig met opeenvolgende veranderingen te maken krijgen: een scheiding, andere woonomstandigheden, een nieuwe partner, samenwonen, mogelijk stiefbroers of -zussen en soms opnieuw een relatiebreuk. Steeds opnieuw aanpassen kan emotionele, lichamelijke en gedragsmatige gevolgen hebben.

De professionele Richtlijn Scheiding:  gaat zelfs zo ver dat het vormen van een samengesteld gezin voor kinderen nog meer stress kan veroorzaken dan de scheiding zelf.
Kinderen kunnen vinden dat zij te weinig tijd krijgen om de scheiding te verwerken en dat een nieuwe partner zich te snel met hun leven en opvoeding bemoeit.

Dat maakt:
“Ze wennen er wel aan”
een veel te gemakkelijke uitspraak.

Kinderen wennen vaak omdat zij moeten.
Dat betekent niet dat er niets verloren is gegaan.

En dan blijkt het nieuwe gezin zelf uiterst kwetsbaar
Juist daar wordt het cijfer van 60% confronterend.

Eerst moet een kind leren:
papa en mama zijn niet meer samen.
Daarna:
dit is de nieuwe partner van papa of mama.
Daarna misschien:
we gaan samenwonen.

Dit zijn nu je stiefbroers of stiefzussen.
Dit is voortaan ons gezin.

Een kind investeert opnieuw.
Het bouwt relaties op.
Het leert nieuwe gewoonten.
Het moet misschien de hoop loslaten dat zijn eigen ouders ooit nog bij elkaar komen. 

Het NJi beschrijft:  dat kinderen juist rondom een nieuwe partner verdriet en botsende loyaliteiten kunnen ervaren. 

Warm contact met een stiefouder kan voor een kind zelfs voelen alsof het daarmee de andere biologische ouder verraadt.

En als het samengestelde gezin daarna óók uiteenvalt?
Dan vraagt de volwassen wereld opnieuw:
pas je maar aan.

Wat gebeurt er dan met de oorspronkelijke vraag?
Hier sluit dit rechtstreeks aan op het eerdere artikel  “Als de nieuwe relatie al vóór de scheiding begint”.

Daarin ging het over situaties waarin de nieuwe relatie misschien pas na de scheiding openbaar wordt gemaakt, maar er vóór die tijd al appcontact, datingcontact, emotionele intimiteit, verliefdheid of geheime afspraken waren.

In zo'n situatie kan de nieuwe relatie al invloed hebben gehad op de beslissing over het oorspronkelijke huwelijk.
Dat maakt een latere breuk van die nieuwe relatie moreel extra confronterend.

Want stel dat veel is opgegeven voor iets wat destijds overtuigend voelde:
een huwelijk;
het dagelijkse gezin;
de gezamenlijke woning;
de vertrouwde gezinsstructuur;
dagelijks contact tussen ouder en kinderen;
vertrouwen;
familieverhoudingen;
en soms ook de reputatie van de voormalige partner.

En vervolgens houdt de relatie waarvoor die nieuwe werkelijkheid ontstond zelf geen stand.

Dan ontstaat onvermijdelijk een vraag die tijdens de verliefdheid misschien nauwelijks gesteld werd:
was werkelijk alles wat daarvoor verloren ging het waard?
Komen mensen daarna daadwerkelijk weer bij hun oude partner?
Hier moet zorgvuldig met cijfers worden omgegaan.

Het CBS onderzoekt: uitgebreid hoeveel mensen na een scheiding een nieuwe partner krijgen. 

Zo woonde binnen vijf jaar na een scheiding ongeveer 40% van de mannen en 35% van de vrouwen opnieuw samen met een nieuwe partner. 

Het CBS publiceert echter geen vergelijkbaar landelijk percentage voor hereniging met dezelfde ex-partner.

Internationaal onderzoek laat wél zien dat hereniging werkelijk voorkomt.
Een grote longitudinale studie die in 2026 werd gepubliceerd onderzocht stellen na een relatiebreuk. Vijf jaar na hun scheiding was ongeveer 7% van de eerder gehuwde stellen weer bij elkaar gekomen. De onderzoekers benadrukken bovendien dat relatiebreuk niet altijd een rechte lijn is van samen → uit elkaar → voorgoed verder. 

Hereniging is een afzonderlijke mogelijke uitkomst.
Amerikaans longitudinaal onderzoek onder mensen die na hun vijftigste uit elkaar gingen vond eveneens hereniging: ongeveer 7% van de vrouwen en 11% van de mannen kwam binnen de onderzochte periode weer samen met de voormalige echtgenoot. Die cijfers gelden nadrukkelijk voor een oudere Amerikaanse onderzoeksgroep en kunnen niet rechtstreeks naar Nederland worden vertaald.

De conclusie is daarom niet:
“Mensen gaan uiteindelijk toch terug naar hun ex.”
Dat zou feitelijk onjuist zijn.

De conclusie is veel interessanter:
een scheiding blijkt psychologisch niet altijd zo definitief als mensen op het moment van de breuk denken.
En dát maakt zorgvuldig onderzoek vóór de breuk zo belangrijk

Want stel dat iemand jaren later ontdekt:
dat ziekte een grotere rol speelde dan gedacht;
dat overbelasting als desinteresse werd geïnterpreteerd;
dat zorgen voor het gezin als controlerend gedrag werd gezien;
dat werkdruk als emotionele afwezigheid werd uitgelegd;
dat liefde niet verdwenen was, maar onder jarenlange belasting was geraakt;
of dat de nieuwe relatie vooral zoveel lichter voelde omdat daar aanvankelijk niet dezelfde kinderen, financiën, zorgen en dagelijkse verantwoordelijkheden aanwezig waren.

Dan verandert de geschiedenis.
Niet omdat de scheiding daardoor automatisch verkeerd was.

Maar wel omdat de oorspronkelijke zekerheid:
“Dit kon nooit meer goedkomen”
opeens veel minder zeker kan blijken.

En wanneer ondertussen kinderen twee gezinsbreuken hebben meegemaakt, wordt dat inzicht buitengewoon pijnlijk.
Wat leren kinderen eigenlijk van volwassenen als levens les?

Dit is misschien nog belangrijker dan de vraag welke relatie uiteindelijk overblijft.
Kinderen leren niet alleen van wat hun ouders tegen hen zeggen.
Zij kijken naar hoe volwassenen met elkaar omgaan.

Het NJi beschrijft expliciet:  dat kinderen zien hoe hun ouders elkaar waarderen, omgaan met irritaties en problemen oplossen. 

Daarmee leren zij hoe mensen binnen een gezin met elkaar omgaan en of zij op anderen kunnen vertrouwen.

Dat betekent niet dat de juiste levensles altijd is:
“Je moet koste wat kost bij elkaar blijven.”

Dat zou eveneens schadelijk kunnen zijn.
Kinderen hoeven niet te leren dat trouw betekent dat geweld, vernedering, onveiligheid of structureel schadelijke relaties moeten worden verdragen.

Maar zij kijken wel naar iets anders:
Wat betekent een belofte wanneer het moeilijk wordt?
Onderzoek je eerst wat er misgaat?
Praat je eerlijk?
Neem je verantwoordelijkheid?
Blijf je respectvol over hun andere ouder?
Kun je erkennen dat je je hebt vergist?
Probeer je schade te herstellen?
Of betekent liefde dat je doorgaat zodra ergens anders iets gemakkelijker en aantrekkelijker voelt?
Dat zijn óók lessen.

Trouw is meer dan bij iemand blijven
Trouw gaat daarom niet alleen over het wel of niet beëindigen van een huwelijk.

Trouw kan ook betekenen:
eerlijk zijn voordat je vertrekt;
geen parallelle relatie verborgen houden;
een huwelijk serieus onderzoeken voordat je het definitief opgeeft;
de andere ouder niet kleiner maken om de eigen keuze begrijpelijker te laten lijken;
kinderen niet vragen partij te kiezen;
en verantwoordelijkheid blijven nemen voor de gevolgen van eigen beslissingen.

Loyaliteit betekent evenmin dat mensen nooit opnieuw verliefd mogen worden.
Het betekent wel dat de mensen met wie jarenlang een gezin is opgebouwd niet opeens betekenisloos worden zodra iemand anders aantrekkelijker voelt.

Vooral voor kinderen blijft de andere ouder altijd onderdeel van hun identiteit en leven.

Het NJi adviseert: ouders daarom expliciet positief of ten minste respectvol over elkaar te blijven spreken en kinderen te laten voelen dat zij van beide ouders mogen houden.

En wat als mensen uiteindelijk tóch weer naar elkaar kijken?
Misschien blijft de oorspronkelijke scheiding uiteindelijk de juiste beslissing.
Misschien wordt de oude relatie nooit hersteld.
Misschien ontstaat alleen beter ouderschap.
Misschien komt er erkenning.
Misschien vergeving.
En soms besluiten voormalige partners wel opnieuw te onderzoeken wat er tussen hen nog bestaat.

Dat laatste is dus geen fantasie: longitudinaal onderzoek laat zien dat een minderheid van gescheiden stellen daadwerkelijk herenigt.

Maar wanneer dat gebeurt nadat er ondertussen een nieuw samengesteld gezin is gevormd én weer verdwenen, ontstaat een buitengewoon harde werkelijkheid.

De kinderen hebben dan misschien jarenlang nodig gehad om afscheid te nemen van hun oorspronkelijke gezin.
Daarna moesten zij een nieuwe partner toelaten.
Mogelijk een nieuw huis accepteren.
Nieuwe gezinsleden leren kennen.
Hun loyaliteiten opnieuw ordenen.
En vervolgens blijkt dat volwassenen misschien toch weer terugkijken naar wat eerder als definitief verloren werd verklaard.

Daarom is de belangrijkste vraag niet:
“Mag iemand terug naar zijn of haar ex?”
Natuurlijk mag dat.

De belangrijkere vraag is:
waarom moest soms eerst zoveel kapotgaan voordat opnieuw gekeken kon worden naar wat er oorspronkelijk werkelijk mis was?

De morele vraag

Het feit dat volgens het Kenniscentrum Kind en Scheiding ongeveer 60% van samengestelde gezinnen opnieuw uiteenvalt, bewijst niet dat een eerste scheiding verkeerd was.
En het feit dat een minderheid van ex-echtgenoten later herenigt, bewijst evenmin dat ieder huwelijk gered had kunnen worden.

Maar samen maken deze gegevens één morele vraag onmogelijk om gemakkelijk weg te schuiven:
Als kinderen eerst hun oorspronkelijke gezin verliezen, daarna moeten leren leven met een nieuwe partner en een nieuw gezin, en ook dat gezin vervolgens weer uiteenvalt: wat was al dat verlies dan uiteindelijk waard? En welke levensles geven volwassenen daarmee mee over liefde, trouw en loyaliteit — dat je vertrekt zodra iets anders beter voelt, of dat volwassen liefde ook betekent dat je vóór onomkeerbare keuzes onderzoekt wat er werkelijk mis is, verantwoordelijkheid neemt en pas opgeeft wanneer je begrijpt wat je daarmee opgeeft?


Nederlandse achtergrond en onderbouwing
Kenniscentrum Kind en Scheiding – Samengestelde gezinnen
Het Kenniscentrum noemt dat ongeveer 60% van de samengestelde gezinnen opnieuw uit elkaar gaat en benadrukt dat een tweede scheiding voor een kind opnieuw spanning en verlies betekent.
Kenniscentrum Kind en Scheiding – Samengestelde gezinnen

Nederlands Jeugdinstituut – Gevolgen voor kinderen van een scheiding
Over opeenvolgende veranderingen, nieuwe partners, opnieuw uit elkaar gaan en beschermende factoren zoals stabiliteit en een goede relatie met beide ouders.
NJi – Gevolgen voor kinderen van een scheiding

Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming – Richtlijn Scheiding
Professionele richtlijn waarin wordt beschreven dat het vormen van een nieuw samengesteld gezin voor kinderen opnieuw veel stress kan opleveren en dat kinderen tijd nodig hebben om eerdere veranderingen te verwerken.
Richtlijn Scheiding – volledige richtlijn

Nederlands Jeugdinstituut – Aandacht voor de partnerrelatie naast ouderschap
Over voorbeeldgedrag van ouders en hoe kinderen door te kijken naar volwassenen leren hoe mensen binnen relaties met elkaar omgaan.
NJi – Aandacht voor je relatie naast het ouderschap

Centraal Bureau voor de Statistiek – Weer samenwonen na een scheiding
Nederlandse cijfers over het aangaan van nieuwe samenwoonrelaties na een scheiding. CBS vond dat binnen vijf jaar 40% van de mannen en 35% van de vrouwen met een nieuwe partner samenwoonde.
CBS – Weer samenwonen na een scheiding

Internationaal onderzoek – Hereniging na een relatiebreuk
Gray, E., Evans, A. & Reimondos, A. (2026) – Trying Again: Reuniting After Cohabitation or Marriage Separation.
Longitudinaal Australisch onderzoek naar hereniging na een relatiebreuk. Vijf jaar na de scheiding was ongeveer 7% van de eerder gehuwde stellen opnieuw bij elkaar. De onderzoekers benadrukken dat een relatiebreuk niet altijd een volledig lineair proces is en dat hereniging een afzonderlijke mogelijke uitkomst vormt.
Website:
Journal of Sociology / SAGE – Trying Again: Reuniting After Cohabitation or Marriage Separation