Het familiesysteem
Wanneer patronen niet alleen bij één persoon blijven
Gedrag ontstaat nooit volledig los van de omgeving.
Binnen een gezin reageren mensen voortdurend op elkaar, waardoor bepaalde gewoonten, verwachtingen en manieren van omgaan met spanning zich kunnen herhalen en na verloop van tijd onderdeel worden van een vast patroon.
Binnen de systeemgerichte hulpverlening wordt een gezin daarom niet alleen gezien als een verzameling losse personen, maar als een geheel waarin gezinsleden elkaar wederzijds beïnvloeden.
Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft: gezinnen vanuit systeemgericht werken onder meer in termen van rollen, posities, onderlinge verbanden en interactiepatronen.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar één persoon, maar juist naar wat er tussen gezinsleden gebeurt.
Patronen kunnen elkaar versterken
Wanneer één gezinslid op een bepaalde manier reageert, heeft dat vaak gevolgen voor anderen. Die anderen passen hun gedrag daar vervolgens weer op aan.
Wanneer iemand bijvoorbeeld sterk reageert op kritiek, kunnen andere gezinsleden conflicten steeds meer gaan vermijden.
Wanneer één persoon veel zorg nodig heeft, kan een ander steeds meer verantwoordelijkheid overnemen.
Wanneer spanning regelmatig ontstaat rond bepaalde onderwerpen, kan het gezin leren om daar uiteindelijk helemaal niet meer over te praten.
Zo kan een patroon zichzelf versterken zonder dat iemand dit bewust heeft afgesproken.
Het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen beschrijft dat persoonlijkheidsproblematiek niet alleen gevolgen heeft voor degene die ermee te maken heeft, maar ook voor familie, partners en andere naasten. Reacties kunnen elkaar beïnvloeden en binnen een relatie kunnen patronen ontstaan die verandering juist moeilijker maken.
Voorbeelden van schadelijke patronen binnen een familiesysteem
Niet ieder terugkerend patroon binnen een gezin is schadelijk. Gezinnen ontwikkelen altijd gewoonten, taakverdelingen en manieren van omgaan met spanning. Problematisch wordt het wanneer patronen langdurig weinig ruimte laten voor openheid, grenzen, wederkerigheid of individuele verschillen en wanneer gezinsleden zich steeds verder moeten aanpassen om conflicten te voorkomen.
Voorbeelden van zulke schadelijke patronen kunnen zijn:
- Conflictvermijding: moeilijke onderwerpen worden niet besproken omdat iedereen probeert spanning of boosheid te voorkomen.
- Loyaliteitsdruk: van gezinsleden wordt verwacht dat zij altijd partij kiezen voor het gezin of voor een bepaald familielid, ook wanneer zij zelf twijfels of kritiek hebben.
- Vaste rollen: één persoon wordt bijvoorbeeld steeds de verantwoordelijke, de bemiddelaar, het probleemgeval of degene die de schuld krijgt.
- Ongelijke maatstaven: hetzelfde gedrag wordt bij het ene gezinslid vergeven of verklaard, terwijl het bij een ander zwaar wordt veroordeeld.
- Bescherming van het bestaande verhaal: informatie die niet past bij het gezamenlijke beeld van een situatie wordt afgezwakt, ontkend of buiten bespreking gehouden.
- Grenzen niet respecteren: persoonlijke keuzes, privacy of gevoelens van één gezinslid krijgen minder ruimte omdat het belang van het gezin of van een ander familielid steeds zwaarder weegt.
- Problemen bij één persoon leggen: spanningen binnen het gezin worden vooral toegeschreven aan één gezinslid, terwijl de bredere interactie nauwelijks wordt onderzocht.
- Overmatige verantwoordelijkheid: één persoon gaat steeds meer zorgen, regelen, bemiddelen of spanning opvangen, terwijl anderen daar steeds meer op gaan leunen.
- Zwijgen om de rust te bewaren: gezinsleden leren dat openheid risico op conflict geeft en besluiten daarom gevoelens, kritiek of zorgen voor zich te houden.
Geen van deze patronen is op zichzelf bewijs van een toxisch gezin, narcistisch gedrag of een persoonlijkheidsstoornis.
De betekenis wordt pas duidelijker wanneer meerdere patronen langdurig terugkomen, elkaar versterken en merkbare gevolgen hebben voor de vrijheid, veiligheid of het welzijn van gezinsleden.
Rollen kunnen steeds vaster worden
Binnen een gezin kunnen mensen geleidelijk een bepaalde positie innemen.
De één wordt bijvoorbeeld degene die altijd zorgt, een ander probeert conflicten te voorkomen en weer iemand anders wordt degene aan wie problemen of spanningen vooral worden toegeschreven.
Zo'n rol hoeft niet bewust gekozen te zijn.
Wanneer dezelfde verwachtingen echter steeds terugkomen, kunnen mensen zich steeds meer naar die rol gaan gedragen.
Daardoor kan het moeilijker worden om buiten het bestaande patroon te reageren, zelfs wanneer dat patroon voor meerdere gezinsleden belastend is.
Daarom kijkt systeemgericht werken niet alleen naar individuele eigenschappen, maar ook naar de vraag hoe gezinsleden op elkaar reageren en welke patronen daardoor blijven bestaan.
Wanneer verandering spanning oproept
Een bestaand gezinspatroon kan vertrouwd worden, zelfs wanneer het niet gezond of prettig is.
Wanneer één gezinslid vervolgens grenzen gaat stellen, anders gaat reageren of een bestaande rol niet langer wil vervullen, verandert daarmee ook iets voor de rest van het systeem.
Dat kan spanning oproepen.
Andere gezinsleden kunnen bijvoorbeeld verbaasd, defensief of boos reageren, omdat bestaande verhoudingen veranderen en oude manieren van omgaan met elkaar niet meer vanzelfsprekend werken.
Dat betekent niet automatisch dat een familie bewust probeert verandering tegen te houden.
Weerstand kan ook voortkomen uit onzekerheid, loyaliteit, angst voor conflict of simpelweg uit het feit dat mensen gewend zijn geraakt aan een bepaalde manier van functioneren.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar bedoelingen te kijken, maar ook naar wat er feitelijk tussen mensen gebeurt en welk patroon daardoor blijft bestaan.
Persoonlijkheidsproblematiek en het familiesysteem
Bij persoonlijkheidsproblematiek kan deze wisselwerking extra belangrijk worden, omdat terugkerende patronen in emoties, gedrag en relaties ook invloed kunnen hebben op partners, ouders, kinderen en andere naasten.
De actuele Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen benadrukt: daarom dat de sociale omgeving een belangrijke rol kan spelen bij behandeling en herstel.
Afhankelijk van de situatie kunnen naasten worden betrokken en kunnen bijvoorbeeld Psycho-educatie, relatietherapie of systeemtherapie worden ingezet.
Dat betekent niet dat familieleden verantwoordelijk zijn voor een persoonlijkheidsstoornis, en ook niet dat ieder problematisch gezinspatroon het gevolg is van persoonlijkheidsproblematiek.
Het betekent wel dat individuele problemen en onderlinge reacties elkaar kunnen beïnvloeden.
Geen diagnose van een gezin
Ook hier blijft dezelfde voorzichtigheid gelden als in de eerdere artikelen.
Een familie waarin conflicten, sterke loyaliteit, vermijding of vaste rollen voorkomen is niet automatisch een toxisch gezin en bewijst evenmin dat één van de gezinsleden een persoonlijkheidsstoornis heeft.
De betekenis wordt pas duidelijker wanneer wordt gekeken naar:
- hoe langdurig patronen bestaan;
- hoe gezinsleden op elkaar reageren;
- hoeveel ruimte er is voor verschillen en grenzen;
- of problemen bespreekbaar zijn;
- en welke gevolgen het geheel heeft voor de betrokkenen.
Het gaat dus niet om het plakken van een nieuw label op een familie, maar om het herkennen van de onderlinge dynamiek.
De verbinding met narcistisch gedrag en toxische gezinssystemen
Binnen het eerdere onderdeel Narcistisch gedrag en toxische gezinssystemen zijn deze gezinsprocessen uitgebreider behandeld, waaronder vaste rollen, loyaliteitsdruk, groepsdruk, ongelijke maatstaven, bescherming van bestaande verhalen en wat er kan gebeuren wanneer iemand een patroon ter discussie stelt.
Binnen Spotlight Persoonlijkheidsstoornissen heeft dit artikel daarom een andere functie.
Hier leggen we vooral de verbinding tussen persoonlijkheid, individueel gedrag en het grotere systeem waarin dat gedrag plaatsvindt.
Wie uitgebreider wil lezen over schadelijke gezinspatronen en de manier waarop familiesystemen zichzelf kunnen beschermen of versterken, kan verder lezen bij Narcistisch gedrag en toxische gezinssystemen.
De kern
Een persoonlijk patroon blijft niet altijd beperkt tot één persoon. Binnen gezinnen reageren mensen op elkaar, nemen zij rollen in en kunnen bepaalde reacties elkaar over langere tijd versterken.
Daarom is het soms onvoldoende om alleen te vragen:
“Wie vertoont dit gedrag?”
Een tweede vraag is minstens zo belangrijk:
“Wat gebeurt er tussen de mensen wanneer dit gedrag steeds opnieuw voorkomt?”
Juist daar begint het kijken naar het familiesysteem.
Nederlandse informatie en professionele onderbouwing
Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Informatie voor cliënten en naasten
Onderbouwt dat persoonlijkheidsproblematiek ook gevolgen kan hebben voor partners, familie en andere naasten en dat binnen relaties patronen kunnen ontstaan die verandering moeilijker maken.
https://kenniscentrumps.nl/meer-weten/
GGZ Standaarden – Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen
Beschrijft het belang van de sociale omgeving en systeeminterventies bij persoonlijkheidsproblematiek, waaronder psycho-educatie voor naasten, relatietherapie en systeemtherapie.
https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/persoonlijkheidsstoornissen
Nederlands Jeugdinstituut – Gezin Centraal
Beschrijft het systeemgerichte uitgangspunt waarbij een gezin wordt bekeken als een geheel met rollen, posities en interactiepatronen en waarbij gezinsleden en hun omgeving elkaar wederzijds beïnvloeden.
https://www.nji.nl/document/uitgebreide-beschrijving-gezin-centraal